Alle inzichten

Intervisie · 6 februari 2026 · 2 min leestijd

De incidentmethode: intervisie stap voor stap

Portret van Sander VisserDoor Sander Visser· Coach & intervisiebegeleider

Elke intervisiegroep die net begint stelt dezelfde vraag: welke methode gebruiken we? Mijn antwoord is bijna altijd de incidentmethode. Niet omdat het de mooiste is, maar omdat hij simpel is, structuur afdwingt en precies de valkuil afvangt waar beginnende groepen in trappen: te snel adviseren.

Voor wie de incidentmethode werkt

De incidentmethode is gemaakt voor concrete situaties. Een dienst die uit de hand liep, een gesprek met een ouder dat bleef knagen, een moment waarop je bevroor terwijl je had willen handelen. Hoe concreter het incident, hoe beter de methode werkt. Voor grote levensvragen of vage onvrede is hij minder geschikt. Daarvoor bestaan andere vormen, daarover later meer in wat is intervisie.

De zes stappen

  1. Inbreng. De inbrenger beschrijft het incident kort en feitelijk, en sluit af met een concrete vraag. Wat had ik anders kunnen doen? Waarom raakte dit mij zo?
  2. Feitelijke vragen. De groep stelt alleen vragen over de feiten. Wie was erbij, wat gebeurde er precies, wat was de volgorde? Nog geen waarom.
  3. Analysevragen. Nu mag het dieper. Wat dacht je op dat moment, wat voelde je, wat wilde je bereiken? De inbrenger antwoordt, de groep luistert.
  4. Beeldvorming. Elk groepslid vertelt hoe hij of zij de situatie ziet. Nog steeds geen advies, wel een eigen kijk op wat hier speelt.
  5. Advies. Pas nu. Elk groepslid formuleert wat hij of zij zou doen of onderzoeken. De inbrenger luistert en reageert nog niet.
  6. Afronding. De inbrenger benoemt wat hem of haar raakte, wat bruikbaar is en wat niet. De groep sluit af met wat ieder zelf meeneemt.

Reken op zestig tot negentig minuten voor één casus. Dat voelt lang voor één situatie. Het is het waard, want één goed uitgeplozen incident leert de hele groep meer dan vijf haastig besproken casussen.

Waar het misgaat

Drie momenten waarop ik als begeleider het vaakst moet ingrijpen:

  1. Stap 2 wordt overgeslagen. De groep duikt meteen in het waarom. Zonde, want de feiten blijken vaak anders te liggen dan het eerste verhaal suggereert.
  2. Verkapte adviezen. Heb je al eens geprobeerd om eerder in te grijpen? Dat is geen vraag, dat is een advies met een vraagteken. Meer daarover in goede intervisievragen stellen.
  3. De inbrenger verdedigt zich. Bij de beeldvorming schiet de inbrenger in de uitleg. Begrijpelijk, maar de winst zit juist in het aanhoren van andere perspectieven zonder meteen te reageren.

Begin klein

Wil je met de incidentmethode starten? Begin met een groep van vier tot zes collega's, plan een vast moment en houd je de eerste keren strak aan de stappen. Strak voelt onwennig, maar de structuur is precies wat de veiligheid geeft om echt iets in te brengen.

Liever een ervaren begeleider die de groep op weg helpt? Dat is precies wat ik doe, in Twente en daarbuiten. Plan een vrijblijvende kennismaking.